Maarten Janssen

EN

 

I intend to make paintings that are autarchic, self-evident and independent of interpretation.

I try to set up a method to turn the painting into a set of facts.

This objectivity-claim links up with the tradition of minimal-art and fundamental painting

- a tradition bristled with axioms : square = neutral, grey = neutral, neutral = no characteristics, neutral = hygienic, without brushstroke = cool, 'untitled' = autonomous and the ideal exhibition-space is empty, white and silent... .

Objectivity by decree.

I try to avoid the dogmas via a procesmatic objectivity. For that purpose I use dice-plunged-in-paint and paintbombs.

They produce decisions (no decision / no form). By throwing these decision-generators on the canvas and by applying

a transparant procedure to encapsulate the results (the splashes, the marks and the prints), the causes become part

of the image presenting +-1m2 of truth.

A trans-resistor, resisting transformation and transforming resistance.

A painting stopped by its borders, - holding its breath.

With wallworks I intend to strengthen this effect.

They should neutralize the context, not by white(cube)washing, but by bringing a counterforce into the exhibitionspace. Artefact against artefact.

Although a counterforce, these wallworks themselves are pretty vacant : chance, noise, decoration, damage.

 

MJ.2006

 

NL

 

Ik beoog schilderijen te maken die zichzelf voortbrengen. Zij hebben mij nodig als assistent maar niet als centrale oorzaak.

Ik doop dobbelstenen in verf en gooi ze op het doek. Spetters, spoor en afdruk zijn het uitgangspunt voor nieuwe handelingen. Op explosieve acties volgen minutieuze invuloefeningen en vice versa. Daar ik niet vóóraf kan voorspellen welke delen na de volgende worp uitgespaard gaan worden zijn de invullingen bij elke nieuwe laag grotendeels dezelfde. Ik dobbel totdat elke van de zes mogelijke uitkomsten zich minimaal één keer heeft voorgedaan.

Deze schilderijen zijn konstrukties-op-zich maar niet hermetisch, integendeel: Op grond van wat er te zien is kan men, als men dat zou willen, opmaken waarom het schilderij is zoals het is. Het verloop van het proces in omgekeerde richting volgend kan men terug naar de oorsprong. Hierdoor is het beeld geen afbeelding maar een feit.

 

MJ.2006

 

Published February 14, 2013

 

PRESENTeert Issue #11

 

“A very farsighted man” by Maarten Janssen

 

Harry Houdini is ontsnappingskunstenaar. In een van zijn performances wordt hij door een gerenommeerd slotenmaker met een speciaal voor die gelegenheid vervaardigd slot in de boeien geslagen. Na urenlang tevergeefs proberen verschijnt Bess Houdini ten tonele en brengt door middel van een hartstochtelijke kus de sleutel in bezit van haar man.

 

Drie generaties later neemt Clement Greenberg* de New York School in de tang. Na twee wereldoorlogen is de VS van ex-kolonie een supermacht geworden. Het leidt millitair en industrieel het vrije westen en zo zou het ook op het gebied van de kunsten moeten zijn. Amerikaanse kunst keert zich af van de kunst van Mussolini, Hitler en Stalin en is zodoende anti socialistisch realistisch en pro avant garde. Ook Greenberg omarmt de avant garde en propageert een marxistisch materialistisch realisme. Vrij vertaald:

 

"De geschiedenis van de avant garde schilderkunst wordt gekenmerkt door een toenemend gehoor-geven aan het verzet van het medium. Dit verzet bestaat simpelweg uit het feit dat het beeldvlak alle pogingen ontmoedigt die erop gericht zijn er doorheen te prikken en een realistisch-perspectivische ruimte te suggereren."*

 

Zodoende benadrukt een avant garde schilderij het plat-zijn. Gelijkmatige 'overall' composities vervangen perspectivische- en atmosferische diepte, factuur is vooral verf en opbrengmiddel, kleur is pigment en de omtrek van het canvas geeft de eerste vorm. Deze reflectie op de eigenschappen van de productiemiddelen sluit afbeelden bij voorbaat uit. Hoewel Pollock en De Kooning figuratie nog trachten te verzoenen met abstract expressionisme verdwijnt de figuratie vrijwel geheel naar de achtergrond; in het eerste decennium na WOII bepalen action painting en colour field het gezicht van de Amerikaanse schilderkunst.

 

En dan zijn daar de vlag, de schietschijf, de landkaart, de letter en het getal. Jasper Johns* schildert (zo goed als) platte dingen en heeft daarmee de sleutel in handen om aan de voorschriften te ontsnappen en toch avant garde te zijn door aan de voorschriften te voldoen! In deze paradoxale figuur ontstaat opnieuw ruimte voor afbeelden.. van platte dingen, maar nadrukkelijk geen trompe l'oeil, geen samenvallen met de werkelijkheid. Johns schildert met in was opgeloste pigmenten over in was gedoopte krantensnippers en benadrukt daarmee de specifieke stoffelijkheid van het schilderij in kwestie en 'geeft gehoor aan het verzet van het medium' in het algemeen.

 

Met interessante betekenismogelijkheden..

 

- De Stars And Stripes in encaustiek? De nieuwe wereld bedient zich van een techniek van de oude wereld. Deze toeëigening van de klassieken weerspiegelt de na-oorlogse verhoudingen. Amerika erft Europa.

- Waar men bij Vermeer in eerste instantie niet verbaasd is dat beweging ontbreekt (lezen, wegen, omhooghouden, ..) mist men bij Johns in eerste instantie een derde dimensie niet.

- Schilderen komt in een zelfde gelijkdimensionale positie ten opzichte van de werkelijkheid te staan als beeldhouwen. Met beschilderd bronzen bierblikjes en een zaklantaarn benadrukt Johns dit gegeven.

- De motieven zijn alledaags, sluiten aan bij de precisionisten en lopen vooruit op pop. Maar in de zakelijkheid van de precisionisten gaat het in eerste instantie om de waarneming (I saw the figure 5 in gold*); in het geval Johns is met name de aard van het medium bepalend voor het motief.

 

Maar dankzij het feitelijke bestaan van fotografie heeft de initiële ontsnapping aan de non-figuratie ook de ontsnapping aan de tweedimentionaliteit tot gevolg. Een foto is ook zo goed als plat en de eerste fotorealisten (Malcolm Morley, Gerhard Richter, Chuck Close, ..) schilderen medio jaren 60 dan ook niet fotorealistisch met de klemtoon op realistisch maar met de klemtoon op foto. Zij vertaalden het ene medium in het andere en schilderden foto's na omdat het objecten zijn als vlag, schietschijf en landkaart. In plaats van de historische reden om van figuratie af te zien vormt de fotografie nu de sleutel om de illusie te herstellen. Het venster is per ongeluk gerepareerd maar droste effecten, the medium is the message, dubbele bodems en simulacra bepalen vanaf dat moment het vergezicht.

 

======================================================================

 

* Clement Greenberg 1909 - 1994

Amerikaans essayist en kunstcriticus

 

* “The history of avant-garde painting, is that of a progressive surrender to the resistance of its medium; which resistance consists chiefly in the flat picture plane’s denial of efforts to ‘hole through’ it for realistic perspectival space.”

> The Collected Essays and Criticism, book IV (1957-1969): Modernism with a Vengeance - #87

(edited by John O’Brian, the University of Chicago Press, Chicago and London 1986 - 1993)

 

* Jasper Johns 1930 -

 

* I saw the figure 5 in gold / 1928 / Charles Demuth

after

William Carlos Williams

 

The Great Figure

 

Among the rain

and lights

I saw the figure 5

in gold

on a red

fire truck

moving

tense

unheeded

to gong clangs

siren howls

and wheels rumbling

through the dark city